
Bij het buigen van architectonisch glas is de buigstation de plek waar tijd en kwaliteit met elkaar in conflict komen. Als de temperatuurstijging niet goed wordt geregeld, merk je dit direct: de glasoppervlakken worden oneffen, er ontstaan optische afwijkingen en er ontstaat thermisch vermogen dat later kan leiden tot breuk van het glas. De buigliampe moet dus een constante warmteopbrengst leveren, snel en zonder hotspots.
Wat belangrijk is achter de schermen: Onze buigliampe voor architectonisch glas maakt gebruik van kwartsemitters met kortegolfenergie, zodat de energie rechtstreeks op het glasoppervlak terechtkomt. De temperatuurstijging is maar liefst 12°C/s, waardoor de tijd die nodig is om het glas te buigen wordt verkort. De temperatuuruniformiteit in het actieve gebied is ±1,5% (±15°C bij een instelling van 1000°C). Hierdoor blijft het glas gelijkmatig gebogen en wordt oververhitting voorkomen. De vermogensdichtheid ligt tussen 35 en 45 W/cm²; dit is voldoende om de verliezen aan de randen van het glas te compenseren, zonder dat het glas boven zijn verzachtingspunt komt. De emitters werken op 240V/480V driefasen. Het apparaat kan gemakkelijk worden geïnstalleerd in standaardbuigovens.
Waarom dit in de praktijk werkt: Deze lamp is speciaal ontworpen voor het buigen van architectonisch glas – glas dat weinig ijzer bevat, bedekt is en gevlamd is. Hierbij is een nauwkeurige temperatuurregeling essentieel. De snelle temperatuurstijging zorgt ervoor dat de tijd die nodig is om van het ene glastype naar het andere over te stappen korter is. De hoge uniformiteit zorgt er ook voor dat er minder afval ontstaat door oneffenheden in het glas. Bovendien wordt energie bespaard, omdat de lamp alleen dan wordt opgewarmd wanneer dat nodig is, in plaats van dat de hele ruimte constant warm moet blijven. Onze apparaten werken al meer dan 5.000 uur zonder dat de prestaties meer dan 5% dalen. Dit betekent minder vervangingen van de lampen en minder stilstand.
Nog wat tips voor de installatie: De installatie is eenvoudig, maar het is belangrijk om voldoende ruimte te laten rondom het glas – minstens 50 mm. Dit voorkomt lokale oververhitting en zorgt er ook voor dat de kwartsemitters geen contact maken met het glas. De lamp werkt goed samen met de meeste PID-regelaars. Voor de beste resultaten moet je de instellingen van de lamp aanpassen aan de transitietemperaturen en annealingseisen van het glas. Verwacht dat er bij starten een iets hogere piekstroom is – pas de grootte van de voedingscircuits en contactoren hierop aan.